Rouw

“Rouwen doe je pas wanneer iemand dood is”

Het zijn vooral de mantelzorgers die last hebben van deze anticiperende rouw. Door onbegrip en negatieve reacties vanuit de omgeving zoals ‘wat klaag je nou?’ of ‘hij/zij leeft toch nog?’ kunnen deze mensen zich vaak eenzaam en geïsoleerd voelen.

Dagelijks worden veel mensen geconfronteerd met de dood van een dierbare. We verliezen een partner, een ouder, een kind of een vriend/vriendin. Helaas is de dood onvermijdelijk; niemand kan eeuwig leven. Zo’n verlies is een zeer ingrijpende en verdrietige gebeurtenis in een mensenleven. Van het ene op het andere moment is de dierbare definitief weg, wat het leven van de nabestaande(n) voor altijd verandert.

Rouwverwerking is van groot belang wanneer je een dierbare hebt verloren. Tijdens het rouwproces verwerk je geleidelijk de pijn van het verlies. Dit verloopt volgens een aantal fasen: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding. Het kan voorkomen dat het rouwproces in deze volgorde verloopt, maar ook dat de rouwstadia door elkaar heen kunnen lopen. Maar is het zo dat je pas kan rouwen wanneer iemand dood is?

Dit is niet het geval. Als er sprake is van een ziekbed – een dierbare heeft bijvoorbeeld kanker of Alzheimer – dan begint het rouwproces eerder. Het doet ons veel verdriet om een gezond persoon te zien aftakelen. Je rouwt dan om het verlies van de gezondheid van je dierbare, van het verlies van de persoon die hij/zij ooit was en van het verlies van jullie leven samen. Dit wordt ook wel ‘anticiperende rouw’ genoemd.

Het zijn vooral de mantelzorgers – degenen die de zieken verzorgen – die last hebben van deze anticiperende rouw. Door onbegrip en negatieve reacties vanuit de omgeving zoals ‘wat klaag je nou?’ of ‘hij/zij leeft toch nog?’ kunnen deze mensen zich vaak eenzaam en geïsoleerd voelen. Uit onderzoek blijkt zelfs dat de mantelzorgers meer worden gekweld door hun anticiperende rouw dan door de zware verzorgingstaken.

Daarnaast zijn er ook andere gebeurtenissen die gevoelens van rouw kunnen oproepen, zoals het verliezen van een stukje identiteit: je rouwt dan om het verlies van jezelf of het verlies van een belangrijk persoon uit je leven. Voorbeelden hiervan zijn wanneer je door borstkanker een borst bent kwijt geraakt en je je minder vrouwelijk voelt, als je partner onverwachts de relatie verbreekt en je niet langer ‘de vriend/vriendin van’ bent, of als je ontslagen wordt. Door het gebrek aan controle in deze situaties worden de gevoelens van rouw versterkt.

Ook het verlies van autonomie – als je bijvoorbeeld door een ziekte/ouderdom steeds minder zelf kunt of als je door financiële problemen afhankelijk raakt van anderen – kan zorgen voor gevoelens van rouw. Je ervaart gevoelens van falen en wanhoop en rouwt over het verlies van je zelfredzaamheid. Het beeld dat je had over jezelf, zal opnieuw vormgegeven moeten worden.

Tot slot kun je gevoelens van rouw ervaren door een droom/kinderwens die niet uit komt; bijvoorbeeld als je jarenlang hebt gestudeerd en het niet lukt om een baan te vinden, of als je carrière niet is wat je ervan had verwacht. Je ervaart gevoelens van mislukking en gaat jezelf vergelijken met anderen, bij wie dezelfde dromen wél uitkomen.

Om terug te komen op de vraag of “je pas rouwt wanneer iemand dood is” kan deze worden beantwoord met “nee”. Gevoelens van rouw kunnen ook ontstaan wanneer iemand al lange tijd ziek is, of door hele andere gebeurtenissen die niets met de dood te maken hebben.

Deel deze post

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email