amin-moshrefi-op3j5SRZ0aM-unsplash

“Mensen met autisme kennen geen emoties”

Oogcontact, smalltalk of een knuffel... Mensen met autisme hebben het doorgaans moeilijk met sociale interactie. Hierdoor worden mensen met ASS al snel bestempeld als ‘kil en afstandelijk’.

In de vakliteratuur (DSM V) wordt voor autisme de verzamelterm ‘autismespectrumstoornis’ (ASS) gebruikt. Het is een aangeboren pervasieve ontwikkelingsstoornis die zich kenmerkt door beperkingen op het gebied van sociale interactie en (non-)verbale communicatie en door een beperkt, repetitief of stereotiep gedragspatroon. De stoornis is op zeer jonge leeftijd lastig te diagnosticeren.

Oogcontact, smalltalk of een knuffel… Mensen met autisme hebben het doorgaans moeilijk met sociale interactie. Je hebt misschien wel eens een moeizaam gesprek gevoerd met iemand, waarbij de ander enthousiast een monoloog hield over zijn eigen interesse(s) zonder ook maar één vraag terug te stellen. Dit kan voor jou behoorlijk ongeïnteresseerd overkomen en frustrerend zijn. Hierdoor worden mensen met ASS al snel bestempeld als ‘kil en afstandelijk’. 

Doordat mensen met autisme moeite hebben met onze onuitgesproken communicatieregels, lijken ze niet in staat om de geringste emotie te ervaren. ASS zit in de informatieverwerking. Alle informatie die binnenkomt, dus wat je ziet, hoort, ruikt, maar ook proeft en voelt, wordt op een andere manier verwerkt. Alle informatie komt even hard binnen en wordt niet gefilterd. Mensen met autisme hebben het lastig met de interpretatie van wat er gezegd wordt, en met het duiden van de mimiek, intonatie of lichaamstaal van hun gesprekspartner. Omgekeerd vinden ze het zelf ook moeilijk om hun eigen emoties via mimiek, gebaren of klankkleur over te brengen en die in een sociale context te gebruiken. Ze hebben dus wel gevoelens, net als iedereen, maar communiceren die niet noodzakelijk op de gebruikelijke manier.

Het is algemeen bekend dat mensen met autisme zich niet goed kunnen verplaatsen in de emoties en het perspectief van iemand anders. Maar is het zo dat bij mensen met autisme elke vorm van empathie ontbreekt? Als we praten over empathie, valt er een onderscheid te maken tussen affectieve empathie en cognitieve empathie. Bij affectieve empathie neem je de emoties van een ander waar en raak je er als het ware mee besmet. Cognitieve empathie betekent dat je de emoties van een ander ook daadwerkelijk begrijpt: doordat je een voorstelling kunt maken van wat er in de ander omgaat, kan je passend reageren. Uit onderzoek blijkt dat mensen met autisme wel affectieve empathie hebben, maar dat ze minder beschikken over cognitieve empathie.

Mensen me autisme kunnen zich dus veel minder makkelijk in iemand anders verplaatsen en diens gedachten, verwachtingen en gevoelens inschatten. Of beter gezegd: ze hebben veel meer tijd nodig om dat te leren.

Om terug te komen op de vraag of “Mensen met autisme geen emoties kennen” kan deze worden beantwoord met “nee”. Mensen met autisme kennen wel emoties, alleen de informatieverwerking in de hersenen verloopt op een andere manier waardoor deze emoties op een andere manier worden geuit.   

Deel deze post

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email